Ooit stonden er tienduizenden Blaarkoppen in de polders rond Leiden. Rond de jaren tachtig verdrong de hoogproductieve Holstein-Friesian de Blaarkop bijna volledig uit de weilanden. Sindsdien is hun aantal sterk teruggelopen.

Minder Blaarkoppen in registratie

Over het resterende aantal Blaarkoppen doen verschillende cijfers de ronde. In 2010 waren er naar schatting nog zo’n 3.000 raszuivere dieren, vermeldt de Stichting Zeldzame Huisdierrassen op hun website. Bij het Wageningse Centrum voor Genetische Bronnen (CGN) stonden in 2014 nog 2.190 dieren geregistreerd, in 2016 was het aantal afgenomen tot 1.603. Ter vergelijking: daarmee zijn er nog ongeveer evenveel ‘Polderpanda’s’ als Chinese panda’s. De grote pandatelling uit 2014 kwam tot 1.864 reuzenpanda’s in natuurreservaten en bossen in China.

Het effect van een focus op hoge productie: naast bijna anderhalf miljoen Holsteiners zijn er in Nederland nog (zeer) kleine populaties van de oorsponkelijke Hollandse dubbeldoelrassen.

Minder Lakenvelders dan tijgers

Van de Lakenvelders waren er in de jaren zeventig nog maar enkele honderden over. Enkele boeren richtten de Vereniging Lakenvelder Runderen op en begonnen Lakenvelders uit te wisselen. Door hun inspanningen zijn er inmiddels weer ruim 3.000 Lakenvelders in Nederland. Ook met dat aantal blijft het ras bij het CGN als kwetsbaar in de boeken staan. Nog een vergelijking: naar schatting zijn er nog ongeveer 3.900 tijgers in het wild. “Voor de panda en de tijger zet iedereen zich in, maar wie bekommert zich om onze eigen Nederlandse rassen die bedreigd zijn?”, vraagt Maurits Tepper zich af. Hij is een van de enkele tientallen boeren die nog een kudde Blaarkoppen hebben rondlopen.

Het zeldzaamst: Fries Roodbont

De populaties van het roodbonte vee en het Brandrode rund zijn op dit moment zelfs nog veel verder geslonken dan die van de Blaarkop, zo laat het overzicht van het CGN zien. Van de oud-Nederlandse rundveerassen is Fries Roodbont de zeldzaamste, met nog een kleine vijfhonderd dieren. Voormalig dierenarts Petra Beerda begon in 2004 als veehouder in Friesland en koos bewust voor dit ras. “Behoud van de genetische diversiteit is voor de toekomst van de Nederlandse rundveehouderij van levensbelang. Fries Roodbont stond er in het begin van deze eeuw het slechtste voor. Daar wilde ik mee aan de slag,” vertelt ze in een Boerderij-artikel. Door de fosfaatmaatregelen werden begin 2017 zo’n honderd Friese Roodbont-koeien naar de slacht gestuurd, voordat alsnog een uitzondering van kracht werd voor de zeldzame rassen. Daarmee daalde de populatie van bijna 600 tot minder dan 500 dieren.

Minder dan 3.000 koeien: status ‘bedreigd’

Het CGN houdt bij hoe aantallen van zeldzame rassen zich ontwikkelen. Bij runderen is de risicostatus ‘kritiek’ bij minder dan 300 koeien, ‘bedreigd’ bij minder dan 3.000 koeien en ‘kwetsbaar’ bij minder dan 6.000 koeien. Zo’n klein aantal maakt het ras kwetsbaar, onder meer door een grotere kans op inteelt. Voor een effectief fokprogramma zijn hogere aantallen nodig. Zesduizend stuks is voor runderen eigenlijk de ondergrens. Van veel rassen worden al generaties lang spermacollecties bewaard, door boeren en door het CGN dat een nationale genenbank van landbouwhuisdieren beheert. Deze genenbank geeft materiaal uit ter ondersteuning van fokprogramma’s van bedreigde rassen. De Fries Roodbont-fokkers maken bijvoorbeeld al twintig jaar gebruik van sperma van de bank.

Hebt u de petitie al getekend? reddeblaarkop.petities.nl

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s